abonneer nu
Muziek

Twee jonge topmusici schitteren in Koloniekerkje

Geplaatst op maandag 4 maart 2019 18:39
  • Noa Wildschut en Elisabeth Brausz op het podium in het Koloniekerkje. © Sieb van der Laan

pinterestmail

Wilhelminaoord - Over een paar dagen wordt ze 18: Noa Wildschut. Ze won prijzen en kreeg de mogelijkheid te studeren bij grootmeesters in de muziek. De violiste stond zondagmiddag op het podium in het Koloniekerkje in Wilhelminaoord met de 24-jarige pianiste Elisabeth Brausz.

Locatie: Koloniekerkje, Wilhelminaoord
Aantal bezoekers: 180
Waardering: *****

Van jongs af aan straalt Noa Wildschut iets ontwapenends uit. Niet alleen ontwapenend, ook een gedrevenheid die eerder aan sporthelden toegeschreven wordt dan aan musici. Maar wat is het mooi te zien en te horen dat ook jonge musici zich presenteren met hun talent en muzikaliteit. Gevoed door ambitie, zowel van hen zelf als van de docenten door wie zij zijn opgeleid.

Wildschut en Brausz speelden een programma dat de hele 19e eeuw besloeg. De vioolsonate A dur uit 1817 van Schubert in een vroegromantisch idioom. Een sonate die in Schuberts tijd nog Duo werd genoemd, de piano niet ondergeschikt aan de viool maar zelfstandig.

Genieten

Al bij de eerste maten van het hoofdthema konden we genieten van het mooie samenspel, het thema van de viool wiegend op de melodische lijnen in de pianopartij. Het Scherzo als een geestig vraag- en antwoordspel. Het Andantino melodieus, als vertelde Noa een verhaal. Het zeer geïnspireerde laatste deel fris en jeugdig, de virtuositeit ging nergens over de top.

Er ging een siddering door de kerkzaal bij de laatste noten van het Rondo Capriccioso van Saint Saëns. Een daverend applaus volgde. Applaus voor de virtuositeit van zowel de violiste als de pianiste. Voor het volmaakte samenspel waarin te horen is dat zij 'muzikale vriendinnen' zijn, zoals Noa het verwoordde.

Eveneens van Saint Saëns klonk diens Danse Macabre (1875). Een Dodendans, afschrikwekkend door het vals klinkende interval- een Duivelsinterval- in het openingsmotief. Met haar fabelachtige techniek maakte Noa er een ware duivelsdans van, ondersteund door de pianobewerking van de orkestpartij, door Elisabeth in dezelfde angstaanjagende stijl gespeeld.

Niet voor niets worden in dit stukje de werken van Saint Saëns na elkaar gezet. Dat zou ook het gespeelde programma meer gesierd hebben dan nu het geval was.

Meesterwerk

De Sonate van César Franck (1886), een meesterwerk en ook nog eens meesterlijk gespeeld, verdient het als slotwerk te fungeren. Meesterlijk klonken de dromerige beginmaten, het stormachtige tweede deel met de grote spanningsbogen kregen het beoogde contrast. Het recitatief verstild, met veel fantasie en uitdrukking gespeeld. Het vierde en laatste deel, de beroemde canon tussen viool en piano in één vloeiende lijn uitgevoerd. De compositiestijl van Franck herken je onmiddellijk. In deze fascinerende uitvoering hoop je zelfs dat het voor de komende dagen een 'oorwurm' wordt.

Luchtig

In de notulen van de Kolonieconcerten moet zeker het talent van de voorzitter Bram Le Grand vermeld worden. Hij breidde dit keer zijn taak als charmant gastheer uit door een welkomstlied voor Noa Wildschut te zingen, zowel klassiek als jazzy. Zij was totaal verrast, net als het publiek, bedankte met een spontane kus. Het Kolonieconcert kreeg onverwachts een licht en luchtig tintje. Als een feestelijke strik om een cadeau.

Marjan Doorn

whatsappTip de redactie via WhatsApp! Voeg 'Steenwijker Courant' toe als contact in uw telefoon, 06-5751 5176, en stuur ons uw tips, foto’s en video’s.